Wat het Tilburgse onderzoek wel en niet zegt over buurtapps
Onderzoek in Tilburg vond minder woninginbraken. Nieuwe bevindingen uit Rotterdam laten zien waarom dat geen belofte voor elke buurt is.

Een buurtapp beginnen en vervolgens rekenen op veertig procent minder inbraken. Zo eenvoudig kun je het Tilburgse onderzoek uit 2015 niet gebruiken. Hogeschool Inholland presenteerde op 11 september 2019 onderzoek naar tien Rotterdamse buurtpreventiegroepen. Daar vonden de onderzoekers geen aanwijzingen voor een vergelijkbare vermindering van criminaliteit. De uitkomsten vragen om een nuchtere blik op wat een app kan bijdragen. Inholland beschrijft het Rotterdamse onderzoek.
Wat er in Tilburg is onderzocht
Het Tilburgse resultaat blijft daarmee het bekijken waard. Martijn Akkermans en Ben Vollaard onderzochten de ontwikkeling van woninginbraken in 35 buurten. Univers, het onafhankelijke nieuwsmedium van Tilburg University, sprak Akkermans daar op 6 oktober 2015 over. Hij lichtte toe dat zij gemeentelijke gegevens hadden geanalyseerd. Bewoners, gemeente en politie werkten in de onderzochte aanpak samen. Een verklaring die de onderzoekers naar voren brachten, was dat bewoners alerter werden en potentiële inbrekers werden afgeschrikt. Univers sprak met de onderzoeker.
Inholland verwijst bij de vergelijking naar een afname van ongeveer veertig procent in Tilburg. Dat percentage gaat over woninginbraken binnen een bepaald onderzoek. Het zegt op zichzelf niets over fietsendiefstal, overlast of alle criminaliteit bij elkaar. Ook volgt er niet uit dat iedere nieuwe groep hetzelfde resultaat zal halen. Een percentage zonder die context wekt verwachtingen die een beheerder niet kan waarmaken.
Die begrenzing komt ook terug in antwoorden op Kamervragen die op 9 september zijn gepubliceerd. De minister wijst op het Tilburgse onderzoek, maar benadrukt dat het één soort delict betreft. Een oorzakelijk verband tussen buurtpreventie en minder criminaliteit is bovendien lastig vast te stellen. De ministeriële antwoorden geven dus geen landelijke effectgarantie.
Een andere manier van onderzoek
Het Rotterdamse onderzoek keek onder meer naar chatgeschiedenissen en gesprekken met deelnemers, beheerders en professionals. Buurtbewoners vonden de groepen nog steeds zinvol. Ze kregen meer zicht op hun buurt en zagen mogelijkheden voor contact met elkaar en met de overheid. Dat is een andere opbrengst dan aantoonbaar minder inbraken. Beide verdienen hun eigen beoordeling.
Wat je als groep kunt afspreken
Voor een beginnende groep is dat een bruikbaar vertrekpunt. Spreek met elkaar af welk probleem je wilt aanpakken. Gaat het om zorgvuldig melden, om beter contact met de wijkagent of om voorlichting over inbraakpreventie? Dan kun je later bespreken of die afspraken ook zijn uitgevoerd. Alleen het aantal appberichten tellen helpt daar weinig bij. Een drukke groep kan veel gesprekken voeren zonder dat duidelijk wordt wat ermee gebeurt.
Wees daarom precies wanneer je onderzoeksresultaten met buren deelt. Noem de plaats en het onderzochte probleem. Leg erbij uit dat plaatselijke omstandigheden en de manier van samenwerken kunnen verschillen. Voor Tilburg was het resultaat bemoedigend. Voor jouw buurt begint het werk bij afspraken die bewoners en professionals ook in de praktijk kunnen nakomen.
Lees ook wat buurtpreventie inhoudt en welke afspraken helpen bij een team starten.
Bronnen
- Hogeschool Inholland, presentatie van het onderzoek naar digitale buurtpreventie in Rotterdam, 11 september 2019
- Univers, interview met Martijn Akkermans over het Tilburgse onderzoek, 6 oktober 2015
- Tweede Kamer, antwoorden over buurtpreventie, gepubliceerd 9 september 2019, ontvangen 4 september 2019

