Onderzoek wijst op grenzen aan toezicht via de buurtapp
Onderzoekers zien hoe buurtapps kunnen doorschieten in toezicht en wantrouwen. Heldere afspraken helpen om bewoners zorgvuldig te behandelen.

Elkaar waarschuwen kan ongemerkt veranderen in voortdurend op elkaar letten. Dat spanningsveld staat centraal in een wetenschappelijk artikel van Anouk Mols en Jason Pridmore van Erasmus University. Het verscheen op 7 september 2019 in Surveillance & Society en onderzoekt hoe de grenzen tussen buurtbewoners en politie vervagen bij WhatsApp-buurtpreventie. Het artikel beschrijft de onderzochte praktijken.
Onderzoek naar ervaringen
De onderzoekers baseren zich op interviews en groepsgesprekken. Ze beschrijven uiteenlopende groepen, van zelfstandig georganiseerde bewonersnetwerken tot groepen die met de wijkagent samenwerken. Hun analyse wijst op risico's zoals etnisch profileren, eigenrichting en toenemend wantrouwen tegenover onbekenden. Het gaat om onderzoek naar werkwijzen en ervaringen. Het artikel levert geen percentage waarmee je kunt zeggen hoeveel Nederlandse buurtgroepen over de grens gaan.
Voor een beheerder begint de vraag daarom bij de inhoud van een melding. Staat er wat iemand heeft waargenomen, of vooral wat de schrijver over een persoon vermoedt? Een verhaal wordt niet betrouwbaarder doordat meerdere buren het doorsturen. Laat deelnemers onderscheid maken tussen een waarneming en een conclusie. Vraag zo nodig om verduidelijking en houd ruimte voor een gewone verklaring.
Ook eerder onderzoek van Vasco Lub en Tom de Leeuw voor Politie & Wetenschap laat zien dat samenwerking grenzen nodig heeft. Zij onderzochten de praktijk met observaties, interviews en buurtapp-communicatie in verschillende gemeenten. Naast bruikbare samenwerking beschreven zij situaties waarin burgers zelf opsporing gingen doen of mensen discrimineerden. De onderzoekers pleiten voor betrokkenheid van de politie en beter beheer van digitale informatie. Politie & Wetenschap vat die bevindingen samen.
Denk aan de persoon over wie je praat
Die uitkomsten zijn reden om vooraf stil te staan bij de mensen over wie de groep praat. Iemand kan onderwerp van een melding worden zonder zelf in de app te zitten. Die persoon kan dan ook geen toelichting geven of een fout rechtzetten. Vraag je bij het delen van een naam of foto af waarvoor die informatie nodig is en wie haar werkelijk moet ontvangen. Stuur informatie voor een politieonderzoek rechtstreeks naar de politie.
Spreek als groep af dat deelnemers geen privéonderzoek beginnen. Ga niet bijhouden waar iemand woont of met wie diegene omgaat om een vermoeden rond te krijgen. Roep anderen niet op om een persoon op te zoeken of te omsingelen. Een appgroep geeft bewoners geen politietaak. Wie een concrete verdachte situatie ziet, kan die melden en verdere beoordeling aan de politie laten.
Geef ruimte aan een correctie
Een fout herstellen hoort ook bij zorgvuldig beheer. Blijkt een melding onjuist, zet dat dan duidelijk in dezelfde groep en vraag deelnemers het oude bericht niet verder te verspreiden. Bespreek daarna wat er misging, zonder opnieuw persoonsgegevens rond te sturen. De bruikbaarheid van een buurtgroep zit mede in die bereidheid om te corrigeren. Bewoners moeten zich veilig kunnen voelen, ook wanneer ze toevallig door een straat lopen waar niemand hen kent.
Bespreek de privacyafspraken met je beheerder.

